De creatieve avonturen van een Wolvrouw (meestal) en een Houtman (zo nu en dan)

.


woensdag 22 augustus 2012

Verzamelen

Houtman verzamelt autootjes.
Oude, lelijke, speelgoedautootjes.
Ze moeten geloof ik ook nog van een bepaald merk zijn want anders hoeft hij ze niet.
Ik zie het verschil niet, hoor.


De meeste van die autootjes komen hier in een doosje. En al die duizenden lege doosjes staan al jaren te verstoffen op de zolder. Leeg, omdat de autootjes zelf allemaal in een vitrinekast moeten staan. 
- Waarom ik ze dan niet mag weggooien, die lege doosjes.
- Omdat die de waarde van de autootjes verhogen.
- Hoezo, wil je ze dan ooit verkopen, die autootjes.
- Nee zeg, ben je gek, dat is mijn verzameling.
- Nou, waarom mogen die rotdoosjes dan niet weg!
Enzovoort.
Soms geeft het wat lichte irritatie binnen een (verder uitstekend) huwelijk.

Ik spaar zelf ook wel wat dingen, maar dat zijn Nuttige Dingen. Zoals theepotten en mooie, oude blikjes waar bijvoorbeeld chocola in kan of lege augurkenpotten met deksel, voor het geval ik ooit zelf jam wil gaan maken.


Duidelijk een heel andere categorie.
Houtman ziet dat toch anders.

Nu ik er op let, ken ik wel meer mensen die verzamelen.
Bijvoorbeeld iemand die hartjes spaart. Ze heet Dina en ze is eigenlijk een tuinvriendin (dat gaat vaak samen heb ik gemerkt, tuinieren en verzamelen). Haar hartjes zijn erg leuk, want ze maakt ze zelf, in alle soorten en maten.


Iedere week een hartje, van willekeurig welk materiaal. Hout, textiel, wol, glas, papier, net wat ze in haar handen krijgt. Een rek vol met thema-harten:

hartenvrouw

vilt op steen

een stalen hart

aap, noot, mies

Kijk, dat vind ik leuke dingen om te sparen! Zelfgemaakte dingen!

Er blijken meer van dat soort projecten rond te gaan.
Petra, die weer een wolvriendin is, spaart huisjes.
Niet zomaar huisjes, gequilte huisjes. Iedere dag, een jaar lang, maakt ze één huisje en elk huisje naait ze met de hand in elkaar.


Alleen daarvoor zou ze al een standbeeld moeten krijgen.




Ze maakt er uiteindelijk een kleed van, van driehonderdvijfenzestig huisjes!!




Niet alleen Petra, maar honderden vrouwen wereldwijd doen hieraan mee. En misschien een enkele man, want wereldwijd heb je die vast wel ergens (in een blokhut op een prairie stel ik me zo voor).
Nu ik erop let zie ik het symbool op heel veel van mijn favoriete blogs staan.
Honderden quilts met duizenden huisjes.

In mijn Zelfgemaakte Verzameling vind ik maar een paar huisjes. Maar ik heb er een kerk bij!

zaterdag 4 augustus 2012

Hoe het Knøt verder verging



Kennen jullie steentje Knøt nog? Hier.
Ik mag jullie heugelijke nieuws doorgeven: Knøt is verhuisd!
Hij woonde natuurlijk al een aantal millennia tot volle tevredenheid in Drenthe, waar hij, samen met wat makkers, een hunebed vormde.
Daar kwam de laatste duizend jaar een beetje de klad in. Er werd wel eens een steen weggehaald om een gat in een weg te vullen. Soms kwam er één terecht in een muur van een kerk. Soms zelfs in een zeewering.
En de laatste decennia werden ze toch steeds meer gezien als klauterspeelplaats voor kinderen.
Nou houdt Knøt heel veel van kinderen. Maar de buurt veranderde er wel door. De rust was weg. Sommige stenen mopperden omdat ze zich niet meer serieus genomen voelden.
Knøt begon weer een beetje naar zijn geboorteland te verlangen.

Rond die tijd kwam het hem ter ore dat wij van plan waren om op vakantie te gaan naar de leukste Bed en Breakfast van Zweden.
Of hij mee mocht.
Natuurlijk mocht hij mee. Een extra slaapplaats in onze kleine, oude en dierbare caravan was snel gemaakt.
Hier staat hij klaar met zijn tasje. Alles van de afgelopen 150.000 jaar zat daar in.
Kan ik nog wat van leren...


Zo gingen wij met z'n vijven naar het Hoge Noorden, waar het nu altijd licht is.
De reis verliep voorspoedig. We namen alle tijd en overnachtten onderweg op leuke en wat minder leuke campings. Dat vond Knøt maar een raar fenomeen, campings. Te moeten betalen om zo boven op elkaar te mogen staan.


Maar onze Knøt genoot! Hij had natuurlijk op de heenreis niet zoveel gezien. Het was toen nogal koud en er lag een dikke laag sneeuw en ijs op het land. Maar dit keer zag hij de bossen, de meren, de vogels, de wilde bloemen.


En zo nu en dan een dorp met rode houten huizen.


Hij vond alles prachtig!
Onderweg deed hij gewoon mee met de gezinsactiviteiten:

picknicken met puberdochter

vissen met puberzoon
Zo kwamen we na een aantal dagen aan in Revsunds Prästgard, in de provincie Jamtland.


En laat nou die B & B precies in het gebied liggen waar Knøt van oorsprong vandaan komt!
Het weerzien met zijn geboorteplek en met de minder avontuurlijke familieleden en vrienden was ontroerend. Alsof hij niet 150.000 jaar was weggeweest! Iedereen wilde hem zien en spreken. Hij werd er een beetje verlegen van.


Onze vakantie was heerlijk, maar werk en school dwongen ons retour.
Knøtje, echter, bleef. Hij had zijn plek teruggevonden. Omringd door familie en vrienden, bossen en meren, vogels en bloemen, was hij eindelijk helemaal thuis.


 En zo leeft hij nog héél héél héél erg lang en héél gelukkig!

donderdag 19 juli 2012

Een Wolsprookje

Soms geef ik een workshop vilten voor kinderen.
Als inleiding vertel ik dan mijn wolsprookje over het kaboutertje Lana dat het altijd zo koud had.
Dus, voor al jullie kinderen en een beetje voor jullie: we gaan weer voorlezen!


EEN WOLLIG SPROOKJE

Er was eens een klein kaboutermeisje en ze heette Lana. 
Lana woonde in een boomstronk en als je het had kunnen zien had je het vast heel erg gezellig gevonden. 
Ze had een tafeltje en een kast. Daar stonden de bordjes en de bekertjes. Ze had ook een bed en een nachtkastje in een hoek. Voor de ramen stonden allemaal potten met bloemen.
Lana was er heel gelukkig. Vaak kwamen er dieren bij haar eten, want koken kon Lana heel goed. En iedere zondag ging ze op bezoek bij haar vader en moeder, die in een bos verderop woonden.
Maar nu was het winter en het was verschrikkelijk koud. Buiten lag er sneeuw en de wind blies heel hard door de takken, alhoewel hij alle blaadjes al had losgeblazen. 
Zo gaat dat met de wind, die houdt gewoon van blazen.


Binnen in Lana's huisje was het lekker warm als de kachel aan was en het houtvuur knetterde. Maar 's nachts deed Lana altijd de kachel uit. 
Heel keurig van haar want dat is zuinig zijn met energie. 
Het probleem was echter dat haar bedje een beetje koud was. Lana sliep al met haar sokken aan en een dikke pyjama en toch had ze het nog koud. 
Daarom ging ze op een dag naar de hertjes en vroeg hoe zij toch warm bleven 's nachts.


"Wij rennen en springen gewoon veel, daar blijf je lekker warm bij. Moet je ook doen!", antwoordden de hertjes. 
"Maar ik ben juist koud als ik moet slapen", sprak Lana treurig, "want dan is mijn kacheltje uit. En ik wil zuinig zijn met energie. Ik kan toch niet 's nachts rondjes rond mijn bedje gaan rennen? Nee, dat lukt niet". 

Toen ging Lana maar naar meneer de vos om te vragen hoe hij 's nachts warm bleef. 
"Nou", sprak de vos, "ik heb heel veel zachte haartjes in mijn vachtje en daar stop ik 's nachts gewoon mijn koude neus in en dat is heerlijk warm". 
"Hmmm", dacht Lana, "daar heb ik ook niet veel aan, ik heb alleen zachte haartjes op mijn hoofd en daar kan ik toch mijn neus niet in stoppen". 
Ze probeerde het nog even, voor alle zekerheid, maar het lukte echt niet.

Dus ging ze nu naar mevrouw de haas toe en vroeg hoe zij dan warm bleef in de winter.


"Och", zei de haas, "dat is toch niet moeilijk als je zo'n grote familie hebt als ik, we liggen gewoon met zijn tienen door elkaar en dat is altijd heel warm en knus. Ook al word ik wel eens wakker met in mijn neus een teen die niet van mij is". 
"Da's ook geen hulp", zuchtte Lana, die enig kind was. "Mijn vader en moeder wonen een bos verderop en ik ben net zo blij dat ik nu op mezelf woon. Nee, ik moet het maar eens aan meneer de uil vragen". 
Ze klopte verlegen op de deur van het huis van meneer de uil. Die zat zachtjes snurkend op zijn balkon-tak en schrok wakker van Lana's klopje. 


"Ach meneer de uil, weet u misschien hoe ik 's nachts in een warm bedje kan slapen? Ik heb het altijd zo koud, weet u". 
"Nou nou", antwoorde de uil, "dat is toch geen groot probleem! Wat jij nodig hebt is een wollen dekentje, die zijn zacht en warm en dan heb jij het nooit meer koud". 
"Oh joepie! En waar kan ik zo'n wollen dekentje vinden, lieve meneer de uil?" vroeg Lana blij. 
"Tja, dat is wel een beetje een probleem", zei de uil terwijl hij diep nadacht. "Misschien moet je eerst maar eens wat wol van het schaap vragen. Zij kan je dan vast wel vertellen hoe je daarvan een dekentje moet maken".
Vrolijk huppelde Lana door het bos, over de bevroren sloot, door het besneeuwde gras naar mevrouw schaap die rustig in het veld lag te dromen. 


"Dag  mevrouw schaap", sprak Lana beleefd. 
Het schaap keek verbaasd naar Lana en glimlachte toen. Lana vertelde haar over haar koude bedje en over meneer de uil en of ze inderdaad wat wol wilde geven voor een dekentje. 
Nou was het gelukkig een heel erg vriendelijk schaap en ze had net nog een zakje wol in haar kast liggen en die ging ze meteen voor Lana halen. 
Lana was verschrikkelijk blij, de wol voelde al heel erg zacht en warm aan en bovendien rook het lekker. Maar het was nog geen dekentje, het waren losse plukken die je door je handen kon laten glijden.
"Kunt u me vertellen hoe ik van deze losse wol een warm dekentje kan maken, mevrouw schaap?" vroeg Lana.
"Ja hoor", antwoordde mevrouw schaap, "het is eigenlijk een geheim, maar omdat meneer de uil je gestuurd heeft en omdat je mij een aardig kaboutertje lijkt zal ik het je vertellen. Luister maar goed!"


Mevrouw schaap keek om zich heen of er geen diertjes waren die stiekem meeluisterden, boog zich toen naar Lana toe en fluisterde: "je moet eerst alle plukjes als dakpannetjes op elkaar leggen, in heel veel dunne laagjes. Dan maak je de wol nat met warm water met wat zeep erin en dan moet je wrijven. 
Maar pas op, eerst heel erg zachtjes wrijven en pas als het een beetje steviger aanvoelt mag je harder wrijven. Geen haast hebben, dat gaat niet met wollen dekentjes! 
En als je lang genoeg gewreven hebt krijg je een heel erg mooi, zacht en warm dekentje en dan zul je het nooit meer koud hebben!"
Lana was ontzettend blij met deze goede raad en ze ging meteen naar huis om water warm te maken en zeep te pakken. Die middag vilte zij haar eigen wollen dekentje en je raadt het vast al: het was zooo zacht en zooo warm dat Lana het 's nachts nooit meer koud had. 


Wat denk je, zouden jullie ook zo'n kabouterdekentje kunnen maken? Weet je nog hoe dat moet, wat mevrouw schaap daarover zei?


maandag 9 juli 2012

Een hakende Viltster...

...met wol kriebelt het een beetje...
Niet dat ik graag mensen in hokjes plaats, maar over het algemeen zal een Viltster niet snel naar de haaknaald grijpen. Meestal gewoon een kwestie van de handen al vol (wol) hebben.
Maar het is zomer, er kwam een nieuw jurkje en daar moest een ketting bij gedragen worden. Dit keer nou eens geen wollen ketting.
We gaan er een haken, doen jullie mee?

Gelukkig een aantal prachtige bollen katoen van Lique op voorraad.
Kleuren uitzoeken die passen bij Jurkje.


Zo is-ie geworden. Natuurlijk met bloemetjes:


De meesten van jullie haken beter dan ik.
(Schoenmaker blijf bij je leest? Nah, grenzen verleggen is hot.)
Voor de rest van ons, zo deed ik het:


Ketting van lossen gehaakt. Stokjes, vasten, de namen weet ik niet meer precies, maar een blaadje haken lukt me ook.



Het gewenste aantal losse bloemetjes (twee per plek, je wilt wel wat kunnen zwaaien met je ketting, dus beide kanten moeten leuk zijn).
Beetje varieren met de kleur en de haaknaalddikte, soms wat vasten, soms wat lossere, zo blijft het spannend.


De bloemetjes naai ik met de minst mooie kant aan elkaar, met de ketting ertussen. Ik maak zo in één keer het hartje van de bloem aan de andere kant.


Ach, lieve bloemetjes. Daar zijn ze.



De ketting is af.
Je kan hem op verschillende manieren dragen. Zo als op de foto, of nog een extra keer om je nek, om je pols gewikkeld en zelfs (hm, als je slank genoeg bent) om je middel. Je kan er natuurlijk nog meer bloemetjes aan naaien.

  
Als de zomer op zich laat wachten dan behangen we ons zelf maar met bloemen.
En hoe meer, hoe beter...