De creatieve avonturen van een Wolvrouw (meestal) en een Houtman (zo nu en dan)

.


vrijdag 6 november 2015

Vogeltjesmarkt

Ik vlieg en fladder door het huis. Ik kan niet stilzitten. Ik moet mijn ei kwijt. Hier komt-ie:

Komende zondag, 8 november, is er in Groningen weer de Diezijn-leuk Markt (hij heet vanaf nu de Zeldzaam Mooi Markt, maakt niets uit, nog altijd net zo leuk; allemaal prachtproducten van ontwerpers en kunstenaars uit het Noorden) en ik moet nog zóveel doen...
Ik zit tot over mijn oren in de wol. Wollen eikeltjes, wollen kransen, wollen kettingen en natuurlijk wollen kussens.
Het zijn dit jaar vooral vogels.

roodborstje
Nu hou ik al mijn hele leven lang van vogeltjes.
Niet zozeer die elegante exotische met lange veren, ook niet helemaal van die treurige trieste in een kooitje, maar vooral van die dikke, ronde, mollige musjes, meesjes en roodborstjes in mijn eigen tuin of bos.

musjes
groenling
Zou het de invloed zijn van minder zonnelicht, is het een reactie op alle nare buitenwereldberichten of gewoon een chocoladevergiftiging?
Ik zie ze in ieder geval vliegen.
Overal.

ijsvogeltje
En ik vind het heerlijk. Dus ik fladder nog even door.

groenling
ze moeten ergens in kunnen zitten, dus ook een boom...
roodborstje
Zondag dus, dan zijn deze vogeltjes te koop!
Maar alleen voor liefhebbers.

zaterdag 24 oktober 2015

Het Onwaarachtige Leven

Na mijn verfdebacles van de afgelopen weken (het waren er meerdere...) heb ik ernstig zitten nadenken.
Het is zorgwekkend dat in onze digitale wereld van Blogs, Pinterest en Facebook alles altijd zo perfect lijkt. We worden uitgebreid op de hoogte gehouden van beeldige creaties, diepzinnige uitspraken en gretige nieuwe volgers.
Je zou er depressief van worden.
Omdat ik me verantwoordelijk voel voor jullie zelfvertrouwen, wil ik het vandaag uitsluitend hebben over de vele misstappen die ik maakte en hoe ik die snedig voor jullie verborgen wist te houden.
Ja, mijn miskleunen. Ik steek de hand in eigen boezem, ziehier, daar gaat-ie.

Om te beginnen: mijn Granny-avonturen.
De hele wereld doet het, ik weet van stokkies en halve stokkies en als je de hoek om moet dan doe je er gewoon een paar in dezelfde ondersteek. Kan niet moeilijk zijn.
Eerst een bloemetje en daar omheen het vierkant, had ik zo bedacht. Al die vierkanten samen zouden dan een mooi kleed over de bank worden.

Maar de bochten nam ik wat krap en ook de overstap naar het volgende level ging niet altijd soepeltjes.
Zelfcorrectie is niet mijn sterkste kant, dus ik ging stug door, kleur na kleur.
Nu heb ik zó'n stapel van ontkende mislukking en het is nog niet eens genoeg om er een kussen van te maken.

Het volgende haakproject begon in een ver en vochtig land, met een tijdsverschil van 7 uur, waardoor ik 's nachts klaarwakker was en overdag nauwelijks het bed kon uitkomen. Om 's nachts wat te doen te hebben heb ik twintig bolletjes zachte wol gekocht in een taal die ik niet kon lezen.

No problem, echte Wolvrouwen voelen blindelings het verschil tussen mohair en acryl.
Een week lang haakte ik me door de nachten heen:

In het vliegtuig terug wilde een aardige Japanse mevrouw het wel even voor me vertalen: het ging hier om een 100 procent polyester mengsel.
Ik haat polyester.

En weten jullie nog, mijn eerste (en achteraf enige) paar zelfgebreide sokken? Maanden heb ik erover gedaan, wat? ik geloof zelfs jaren.

Het moest en zou van echte, zelfgeverfde, wol zijn. Aan míjn lijf geen kunstvezels, kom nou, jakkes.
Ik werd flink op mijn plaats gezet.

De sokken waren prachtig, maar een paar maten te groot.
Geen probleem, opgewekt gooide ik ze in de wasmachine, lekker makkelijk vilten.
Ze kwamen er twee maten te klein weer uit. Ik liet me niet kennen, ik heb er zeker nog een maand mee gelopen.
Toen zaten er gaten in.
Geen kleine babygaatjes die je met wat draadjes weer dichtmazen kon. Nee, knoeperts van gaten waar mijn hiel zowat uitviel.
Weggooien was uitgesloten, dus ik gebruik ze nu alleen in de koude maanden (vanaf nu ongeveer) als bedsokken.
Ik heb 's nachts tenminste lekker warme tenen.

Het vilten, toch veel meer mijn territorium, gaat dus ook niet altijd goed.
Nu is het moment gekomen dat ik moet opbiechten dat zelfs mijn Möbiussjaal uiteindelijk ont-Möbiust is!
Weet je, mijn probleem is dat ik soms niet van ophouden weet.

Zo verging het me hier ook.
Hartstikke mooie Möbiussjaal. Heel bijzonder.
Maar te lang doorgevilt. Paste daarom niet meer soepeltjes om Kyroushka's schouders.
De schaar moest er in en nu heb ik een hartstikke mooie, maar doodeenvoudige, supersimpele sjaal.

Ziedaar, mijn onvolmaakte kant ontbloot.

zondag 11 oktober 2015

Goudkoorts

Wat ook zo leuk is aan de herfst is dat er verdacht veel verfplanten beschikbaar zijn: vlierbessen, guldenroede, walnootbolsters, afrikaantjes.
De natuur doet haar best om je in de stemming te krijgen voor het fijne binnenwerk, zeg maar.

Vriendin plukte een mand vol afrikaantjes voor me uit haar moestuin, daar zei ik geen nee tegen.

Helaas had ik geen aluin in huis om de wol mee te beitsen. Aangezien er in Drenthe niet altijd een Kruidvat of iets dergelijks om de hoek is, ging ik noodgedwongen mijn eigen moestuin in om rabarber te plukken.
Ik weet van eerdere verf-avonturen dat rabarberblad ook beitst, waarschijnlijk niet zo sterk als aluin, maar het alternatief is urine en aan dat idee moet ik nog even wennen.

Ik vond in de krochten van mijn atelier nog een streng wol, een streng naturelkleurige katoen en een streng grijsachtige katoen. Kunnen we meteen zien of wol en katoen verschillend gaan reageren.

wol, naturel katoen, grijzige katoen
Het fijngesneden rabarberblad gaat in een (lingerie)zakje (en vooruit, aangezien ik de stengels ook had geplukt, die er maar bij gedaan, op hoop van zegen - veel gaat hier op hoop van zegen - daar komen soms leuke dingen van).
Vervolgens in een grote emaillen pan met ruim water.

De natgemaakte strengen erbij en een uurtje laten borrelen, tegen de kook aan.

Afkoelen en uitknijpen (dat wordt later eindeloos draden uitzoeken, vrees ik), afrikaantjes in het zakkie en de hele bubs opnieuw in de pan, met schoon water, op een suddervuurtje.

Weer een paar uurtjes laten borrelen (niet koken), ondertussen een wandelingetje gemaakt in het bos om te kijken of de tamme kastanjes al rijp zijn (nog een weekje, schat ik).
Thuisgekomen opgewonden de strengen uit de pan gevist.
Grijs.
Grauw.
Grrr.
Boos goot ik er een scheut ammoniak bij in. Daar, zal je leren!
Bingo!
In een fractie van een seconde sprongen ze op groen.
Geel!
Goud!!

Oh, lieve lezers, was ik toen maar tevreden geweest met het resultaat! Ik had ze blij en liefdevol uit moeten spoelen! Waarom, waarom wil een mens toch altijd meer?
Maar helaas, meer goud wilde ik: ik deed er nog een scheut ammoniak bij.

Geschokt zag ik het goud terugglijden naar grijsgroen en grijsgeel. Ik gooide er nog snel wat azijn in, het mocht niet meer baten.

Bittere tranen schreide ik, maar het leed was geleden.

Nou gaan jullie natuurlijk zeggen dat ik niet moet zeuren, dat ze nog steeds wel aardig, best leuk, niet echt lelijk zijn.
Dat grijsgroen dé kleur wordt voor deze winter.

Maar wie eenmaal goud heeft gevonden en het weer heeft verloren, voelt het gemis tot in het einde der dagen.

zaterdag 26 september 2015

Wat een Omslagdoek met de Evolutie te maken heeft...

Dat ik deze blogberichtjes niet helemaal lichtzinnig opschrijf, wordt bewezen door het feit dat ik sinds mijn vorige verhaal de breipennen weer heb opgenomen (waarbij ik dus gedwongen word rustig te zitten en te kletsen - dat eerste gaat mij moeilijk af, het tweede is mijn natuur).

Voor dit schier oneindige project heb ik afgelopen week mijn wolmand maar weer eens aangepakt. Je kijkt een zomer lang even de andere kant op en je wolmand, vorige winter nog zo netjes ingeruimd, is één grote warboel van draden, knopen en losse stukjes. Hebben jullie nou dat ook?
Ik vermoed dat het met aardstralen te maken heeft.

Maar goed, ik ben dus begonnen met een Driehoekige Omslagdoek. Je weet wel, zo'n prachtige lap die je nonchalant om je heen slaat als je met je mandje naar het kippenhok loopt om eieren te rapen.
Kippen, even tussendoor, schijnen af te stammen van de dinosauriërs!
Onbegrijpelijk vind ik dat! Als er één diersoort onpraktisch is, evolutie-technisch gezien, dan is het wel de kip.
Waarom?

Ze slapen niet in een lekker warm holletje, maar balancerend op een stokje. Niet keurig verdeeld, vijf kippen, ieder dertig centimeter, maar gewoon alle vijf op de eerste twintig centimeter en de rest van de stok leeg.
Ze baden in zand in plaats van water (zoals de rest van het dierenrijk).
Ze broeden zich dood (als je niet ingrijpt), of er nou een haan in de buurt is geweest of niet.
Ze worden onafgebroken belaagd door allerlei kriebelbeestjes. Die kriebelbeestjes zijn bijna onuitroeibaar, kijk, dié gaan ons evolutionair allemaal overleven.
Echt, het is een mirakel dat kippen nog steeds bestaan.

Oh ja, mijn Driehoekige Omslagdoek.
Vanwege dat  kletsen wilde ik iets simpels, geen opengewerkt ajour, geen telpatronen, geen recht en dan weer averecht. Beginnend met één onschuldig steekje, eindigend (in een verre vage toekomst) met zo'n twee meter aan steken. Bij iedere pen verdubbel ik de op-een-na-laatste steek. Allemaal recht gebreid, lekker makkelijk.

Een aanschroefbare rondbrei-naald is hier ideaal, ik begin met een tussendraad van 50 centimeter en die kan ik over drie herfsten (schat ik) verwisselen voor een van één meter. Geen gepruts dus met te korte naalden.

Omdat het héél erg dunne wol is (die ik van een lieve vriendin kreeg en een gegeven paard kijk je natuurlijk niet in de bek) brei ik met dubbele draad, tweekleurig.

Jullie zien dat ik in het begin (bij twintig steken) nog even overwogen heb om er een gezellige wisseling van kleuren van te maken. Maar iets verder (veertig steken) heb ik dat toch maar losgelaten. We moeten niet overdrijven.

Dat er hier en daar een raadselachtig gaatje is ontstaan of dat er een pen halverwege per ongeluk retour is gebreid, dat zijn de kleine oneffenheden die horen bij de Evolutie van een Driehoekige Omslagdoek.
Totaal onbelangrijk in de Grote Lijn der Dingen.