De natuur doet haar best om je in de stemming te krijgen voor het fijne binnenwerk, zeg maar.
Vriendin plukte een mand vol afrikaantjes voor me uit haar moestuin, daar zei ik geen nee tegen.
Ik weet van eerdere verf-avonturen dat rabarberblad ook beitst, waarschijnlijk niet zo sterk als aluin, maar het alternatief is urine en aan dat idee moet ik nog even wennen.
Ik vond in de krochten van mijn atelier nog een streng wol, een streng naturelkleurige katoen en een streng grijsachtige katoen. Kunnen we meteen zien of wol en katoen verschillend gaan reageren.
| wol, naturel katoen, grijzige katoen |
Vervolgens in een grote emaillen pan met ruim water.
De natgemaakte strengen erbij en een uurtje laten borrelen, tegen de kook aan.
Afkoelen en uitknijpen (dat wordt later eindeloos draden uitzoeken, vrees ik), afrikaantjes in het zakkie en de hele bubs opnieuw in de pan, met schoon water, op een suddervuurtje.
Weer een paar uurtjes laten borrelen (niet koken), ondertussen een wandelingetje gemaakt in het bos om te kijken of de tamme kastanjes al rijp zijn (nog een weekje, schat ik).
Thuisgekomen opgewonden de strengen uit de pan gevist.
Grijs.
Grauw.
Grrr.
Boos goot ik er een scheut ammoniak bij in. Daar, zal je leren!
Bingo!
In een fractie van een seconde sprongen ze op groen.
Geel!
Goud!!
Oh, lieve lezers, was ik toen maar tevreden geweest met het resultaat! Ik had ze blij en liefdevol uit moeten spoelen! Waarom, waarom wil een mens toch altijd meer?
Maar helaas, meer goud wilde ik: ik deed er nog een scheut ammoniak bij.
Geschokt zag ik het goud terugglijden naar grijsgroen en grijsgeel. Ik gooide er nog snel wat azijn in, het mocht niet meer baten.
Bittere tranen schreide ik, maar het leed was geleden.
Nou gaan jullie natuurlijk zeggen dat ik niet moet zeuren, dat ze nog steeds wel aardig, best leuk, niet echt lelijk zijn.
Dat grijsgroen dé kleur wordt voor deze winter.
Maar wie eenmaal goud heeft gevonden en het weer heeft verloren, voelt het gemis tot in het einde der dagen.
































